Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) in-/uitschakelen
![]() OSV054004 |
Voor Europa/Australië
Telkens wanneer het voertuig wordt uitgeschakeld, wordt Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) altijd ingeschakeld en gaat het grijze indicatielampje op het instrumentenpaneel branden.
Als u de Rijvakassistentie wilt uitschakelen, houdt u de knop Rijhulpsysteem ingedrukt (
) om de functie uit te schakelen. Het indicatorlampje wordt geel als u Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) uitschakelt.
Behalve Europa/Australië
Terwijl de motor aanstaat, houdt u de Knop rijhulpsysteem (
) op het stuurwiel ingedrukt om de Rijvakassistentie in te schakelen.
Het indicatorlampje op het instrumentenpaneel gaat branden als u Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) inschakelt. Het indicatorlampje wordt geel als u Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) uitschakelt.
-
Als de toets Rijstrookassistentie kort wordt ingedrukt, zal de functie Lane Following Assist (Hulp bij rijbaan volgen) aan en uit gaan.
-
Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) behoudt de laatste instelling, zelfs als het voertuig opnieuw wordt gestart.
-
Wanneer aan de bedrijfsvoorwaarde van LKA is voldaan, wordt het cluster verlicht met een groene (
) indicator. -
Wanneer niet aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan, brandt er een grijs (
) controlelampje.


