De functie in-/uitschakelen

Terwijl de toets ENGINE START/STOP (motor starten/stoppen) in de stand ON staat, drukt u op de toets Lane Driving Assist (
) (rijstrookassistentie) op het stuur om Lane Keeping Assist in te schakelen. De indicator (
) op het display van het instrumentenpaneel gaat wit branden. Als u de toets Lane Driving Assist ingedrukt houdt, wordt LKA
uitgeschakeld en gaat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat.
De kleur van het controlelampje is afhankelijk van de conditie van het LKA.
-
Wit: de sensor signaleert geen rijstrookmarkering of de rijsnelheid is lager dan 60 km/h (37 mph).
-
Groen: de sensor signaleert de rijstrookmarkering en de functie is in staat de stuurinrichting te bedienen.