Algemene voorzorgsmaatregelen
-
Stel het instrumentenpaneel nooit af tijdens het rijden. Dit kan leiden tot verlies van controle en een ongeval met mogelijk de dood, ernstig letsel of schade aan het voertuig tot gevolg.
-
Wanneer uw auto niet is vergrendeld, kan het risico op autodiefstal of mogelijke criminele schade veroorzaakt door iemand die zich in uw auto verstopt terwijl u weg bent, toenemen. Verwijder altijd de smart key, activeer de handrem, sluit alle ruiten en vergrendel alle portieren als u uw auto onbeheerd achterlaat.
-
Gebruik de interieurverlichting niet wanneer u in het donker rijdt. Doordat de interieurverlichting het zicht kan belemmeren, kunnen ongevallen ontstaan.
-
Slaap niet in uw auto of blijf niet lang in uw geparkeerde auto zitten met de ruiten dicht en de verwarming of de airconditioning ON staat. Daardoor kan de concentratie kooldioxide in het interieur toenemen, wat tot ernstig letsel of de dood kan leiden.
-
Om het risico van persoonlijk letsel bij een aanrijding of een noodstop tot een minimum te beperken, mogen tijdens het rijden geen open flesjes, glazen, blikjes, enz. in de bekerhouder worden geplaatst.
-
Bewaar geen bril, gasaansteker, draagbare batterij, drank in blik, spuitbus, propaancilinder, cosmeticaslang of andere brandbare/explosieve materialen in het voertuig. Deze kunnen ontploffen of vlam vatten wanneer de auto gedurende lange tijd aan hoge temperaturen blootgesteld staat.
-
Hang er alleen kleding aan, en geen andere voorwerpen zoals hangers of harde voorwerpen. Plaats ook geen zware, scherpe of breekbare voorwerpen. Bij een ongeval of wanneer de gordijnairbag wordt opgeblazen, kunnen dergelijke voorwerpen schade aan de auto of lichamelijk letsel veroorzaken.
-
Plaats geen onbedekte bekers met hete vloeistof tijdens het rijden in het voertuig. Het morsen van hete vloeistof kan brandwonden tot gevolg hebben. Als dit bij de bestuurder gebeurt, zou deze de controle over de auto kunnen verliezen.
-
Om het risico van persoonlijk letsel bij een aanrijding of een noodstop tot een minimum te beperken, mogen tijdens het rijden geen open flesjes, glazen, blikjes, enz. in de bekerhouder worden geplaatst.
-
Plaats blikjes en flessen niet in direct zonlicht en laat ze niet achter in een auto waarvan het interieur is opgewarmd. Ze kunnen exploderen.
-
Gebruik uw mobiele telefoon niet tijdens het rijden. Zet de auto op een veilige plaats stil als u uw mobiele telefoon toch wilt gebruiken.
-
Belemmer, voor uw eigen veiligheid, uw zicht niet wanneer u de zonneklep gebruikt.
-
Breng geen accessoires aan in de buurt van de ruiten. Deze kunnen de klembeveiliging verstoren.
-
Controleer altijd of er niets tussen de ruit en het portier aanwezig is alvorens een ruit te sluiten om letsel en schade aan de auto te voorkomen. Als een voorwerp met een diameter kleiner dan 4 mm (0,16 inches) tussen de ruit en de sponning terechtkomt, wordt de weerstand mogelijk niet opgemerkt, waardoor de klembeveiliging niet werkt en de beweegrichting niet omkeert.
-
De klembeveiliging wordt niet geactiveerd wanneer de elektrische ruitbediening wordt gereset. Zorg ervoor dat lichaamsdelen en voorwerpen zich op een veilige afstand bevinden voordat u ramen gaat sluiten. Zo voorkomt u letsel of schade aan de auto.
-
Laat kinderen NOOIT zonder toezicht achter met de contactsleutel in de auto als de auto is ingeschakeld.
-
Laat een kind NOOIT zonder toezicht achter in de auto. Ook zeer jonge kinderen kunnen per ongeluk de auto in beweging zetten, bekneld raken tussen de portierruiten of zichzelf of anderen letsel toebrengen.
-
Controleer altijd zorgvuldig of er zich geen armen, handen, hoofden of andere obstakels in de buurt bevinden voordat een ruit wordt gesloten.
-
Laat kinderen niet met de elektrische ruiten spelen. Laat de schakelaar voor de ruitvergrendeling in het bestuurdersportier in de stand vergrendeld (ingedrukt) staan. Het onbedoeld bedienen van een ruit door kinderen kan tot ERNSTIG LETSEL leiden.
-
Steek geen hoofden of andere lichaamsdelen uit het raam als de auto in beweging is.
-
Zorg ervoor dat lichaamsdelen en voorwerpen zich op een veilige afstand bevinden voordat u de ruiten op afstand sluit. Zo voorkomt u letsel of schade aan de auto.
-
Laat de interieurverlichting niet lang branden als de auto niet draait. Hierdoor kan de batterij ontladen raken.
-
Gebruik om beschadiging van de verwarmingsdraden te voorkomen nooit scherpe voorwerpen of reinigingsmiddelen met schurende bestanddelen om de achterruit te reinigen.
-
Laat geen waardevolle spullen achter in de opbergvakken, om diefstal te voorkomen.
-
Houd de afdekkingen altijd gesloten tijdens het rijden. Probeer niet zoveel voorwerpen in het voertuig te plaatsen dat de klep niet goed kan sluiten.
-
De verstrekte informatie kan verschillen afhankelijk van welke functies van toepassing zijn voor uw auto.
-
Raadpleeg de beknopte handleiding voor de navigatie voor meer informatie.
-
Wanneer de airconditioning is ingeschakeld door het automatische ontwasemingssysteem en u probeert de airconditioning uit te schakelen, dan wordt de airconditioning niet uitgeschakeld.
-
Om te zorgen dat het automatische ontwasemingssysteem effectief en efficiënt blijft werken, moet u de stand recirculatie niet selecteren terwijl het systeem actief is.
-
Wanneer het automatische ontwasemingssysteem actief is, zijn zowel de ventilatorsnelheidsknop, de temperatuurregelknop als de luchttoevoertoets uitgeschakeld.
-
Verwijder de sensorbehuizing bovenaan de voorruit aan bestuurderszijde niet.
Eventuele schade aan onderdelen die hierdoor kan ontstaan, valt niet onder de fabrieksgarantie.
-
Als de batterij (12V) leeg of losgekoppeld is, wordt de automatische luchtontvochtiger gereset. Pas de instellingen weer aan om de optie automatische luchtontvochtiger AAN of UIT te zetten.
-
Sluit dranken altijd af met een deksel om morsen tijdens het rijden te voorkomen. Gemorste vloeistof kan binnendringen in het elektrisch/elektronisch systeem van de auto en schade aan elektrische/elektronische onderdelen veroorzaken.