De auto stoppen

Procedure

Werkingsvoorwaarde(n)

Problemen bij het remmen

  • Maak een noodstop met de handrem.

  • De rem is defect

Power-assisted brakes (rembekrachtiging)

  • Oefen meer kracht uit op het rempedaal.

  • De auto is stilgevallen

Brake-Over-Accelerator-functie

  • Trap de remmen stevig en gelijkmatig in. Breng de auto veilig tot stilstand. Schakel naar stand P (parkeren). Schakel de auto uit en trek de handrem aan. Inspecteer of het gaspedaal ergens door wordt tegengehouden.

  • Het gaspedaal zit vast

Rembekrachtiging

Uw auto is voorzien van bekrachtigde remmen die bij normaal gebruik automatisch afgesteld worden.

Als het voertuig niet aanstaat of tijdens het rijden uitgezet wordt, werkt de rembekrachtiging misschien niet. U kunt de auto dan toch stilzetten door meer kracht op het rempedaal uit te oefenen dan anders. De remweg zal echter langer zijn dan met rembekrachtiging.

WAARSCHUWING

Neem de volgende voorzorgsmaatregelen:

  • Laat tijdens het rijden uw voet niet op het rempedaal rusten. Hierdoor kan de temperatuur van de remmen abnormaal hoog worden, kunnen de remblokken en -schoenen overmatig slijten en kan de remweg vergroot worden. Verhoog dus het regeneratieniveau met de linker schakelhendel om de snelheid te verlagen.

  • Gebruik bij het afdalen van een lange of steile helling de schakelhendel om het regeneratieniveau te verhogen en uw snelheid te verlagen zonder het rempedaal overmatig te gebruiken. Door langdurig te remmen, zullen de remmen oververhit raken en kan een tijdelijk verlies van remprestaties het gevolg zijn.

  • Natte remmen kunnen het vermogen van het voertuig om veilig af te remmen verminderen. Omdat natte remmen de remafstand verlengen en geluidsproblemen veroorzaken, selecteert u stap 0 van het regeneratieve remsysteem en trapt u het rempedaal ongeveer 10 keer lichtjes in om het remsysteem te drogen, waarbij u op veilige afstand van andere voertuigen blijft. Een dergelijke procedure kan de actieradius verkorten omdat het regeneratieve remsysteem minder toegepast wordt, maar dat is normaal. Inspecteer het remsysteem na het wassen van de auto of na het rijden over natte wegen.

OPMERKING
  • Laat het rempedaal los wanneer het -controlelampje UIT is. De batterij is mogelijk leeg.

  • Het optreden van geluiden en trillingen tijdens het remmen is normaal.

  • Tijdens de normale werking kunnen in volgende gevallen tijdelijk geluiden van de elektrische rempomp en motortrillingen optreden.

    • Wanneer het pedaal plotseling wordt ingetrapt.

    • Wanneer het pedaal herhaaldelijk met korte intervallen wordt ingetrapt.

    • Wanneer de ABS-functie tijdens het remmen in werking treedt.

Remblokslijtage-indicator

Wanneer de remblokken vóór of achter versleten zijn, hoort u als waarschuwing een fluitend waarschuwingsgeluid van de voor- of achterremmen. Dit geluid kan komen of gaan of kan optreden wanneer u het rempedaal intrapt.

Merk op dat sommige rij- of weersomstandigheden een gefluit van de remmen kunnen veroorzaken wanneer u voor het eerst (ook heel zacht) op de remmen trapt. Dit is normaal en duidt niet op een probleem met uw remmen.

OPMERKING
  • Blijf, om kostbare reparaties aan de remmen te voorkomen, niet rijden met versleten remblokken.

  • Remstof kan zich ophopen op de wielen, zelfs onder normale rijomstandigheden. Enig stof door het slijten van de remmen is onvermijdelijk en draagt bij aan het remgeluid.
TIP

Vervang de remblokken van één as altijd allemaal gelijktijdig.

WAARSCHUWING

Veelvuldig remmen kan leiden tot vervorming van onderdelen en slijtage van de schijfrem, waardoor trillingen ontstaan tijdens het remmen. Let op de maximumsnelheid om te voorkomen dat u te vaak moet remmen.

Remslijtage, remgeluid, trillingen door overmatig remmen of vervorming van de remmen als gevolg van herhaaldelijk remmen bij hoge snelheid, racen op circuits, enz. kunnen worden uitgesloten van garantiedekking.