De hoogte van de schoudergordel verstellen
U kunt de hoogte van het bovenste bevestigingspunt in drie standen afstellen voor maximaal comfort en een maximale veiligheid.
![]() OOV025032 |
De veiligheidsgordel mag niet te dicht langs uw nek lopen. Anders bent u niet optimaal beschermd. Het schoudergedeelte van de gordel moet zodanig zijn afgesteld dat het over de borst en het midden van de schouder loopt, en nooit over de nek.
Verhoog of verlaag het bovenste bevestigingspunt van de veiligheidsgordel tot de juiste hoogte.
-
Trek het bovenste bevestigingspunt omhoog om het hoger af te stellen.
-
Om het naar beneden te verplaatsen, drukt u het omlaag terwijl u de knop (1) ingedrukt houdt.
Laat de knop los om het gordelomkeerpunt op zijn plaats te vergrendelen. Probeer het bovenste bevestigingspunt omhoog of omlaag te schuiven om te controleren of het is geblokkeerd.
Een onjuist gedragen veiligheidsgordel kan bij een aanrijding ernstig letsel veroorzaken.
-
Controleer of het bovenste bevestigingspunt op de juiste hoogte is geblokkeerd. Laat het schoudergedeelte van de gordel nooit langs uw nek of over uw gezicht lopen.
-
Na een aanrijding moet het gordelsysteem nagekeken worden om te verzekeren dat het normaal werkt. Vervang eventuele gordels die niet juist werken.
![]() OOV025030 |
|
Controleer voordat u de veiligheidsgordels van de achterstoelen vastmaakt dat u de juiste gordelsluiting gebruikt. Het geforceerd aanbrengen van de linker of rechter veiligheidsgordel in de middelste gordelsluiting kan resulteren in een onjuiste bevestiging die geen bescherming biedt bij ongevallen.
Wanneer u de middelste veiligheidsgordel achteraan gebruikt, moet de gordelsluiting met de markering "CENTER" gebruikt worden.
![]() OOV025031 |


