i-Pedal

i-Pedal wordt gecontroleerd door het gaspedaal. Hiermee kan de snelheid van de auto worden geregeld zonder de handmatige schakelpoken te gebruiken.

OOV045012
OOVQ015035
  • Trek langer dan ongeveer 1 seconde aan de linkerkant ( ) van de schakelpook bij elk niveau van regeneratief remmen.

    i-Pedal wordt geactiveerd en de indicator ( ) verschijnt op het instrumentenpaneel.

  • Trek opnieuw aan de linkerkant ( ) van de schakelpook gedurende meer dan ongeveer 1 seconde terwijl i-Pedal geactiveerd is.

    i-Pedal wordt gedeactiveerd en de indicator ( ) gaat uit op het instrumentenpaneel.

OPMERKING
  • Wanneer i-Pedal gedeactiveerd is, wordt de indicator ( ) op het instrumentenpaneel grijs.

  • Wanneer i-Pedal geactiveerd is, wordt de indicator ( ) op het instrumentenpaneel groen.

  • Na het opnieuw starten terwijl i-Pedal beschikbaar is, wordt het regeneratieve remniveau gehandhaafd en weer ingeschakeld. Als het regeneratieve remniveau op 0 staat, wordt het ingeschakeld op niveau 1.

Instellingen i-PEDAL

N_CT25Z089_E
  1. Elektrisch voertuig

  2. i-PEDAL

  • Selecteer Elektrisch Voertuig > > i-PEDAL vanuit het infotainmentsysteem om i-Pedal wel of niet te gebruiken tijdens het achteruitrijden.

  • Als i-PEDAL uitschakelen bij achteruitrijden geselecteerd is, wordt i-Pedal uitgeschakeld wanneer er naar R (achteruit) wordt geschakeld, en wordt deze functie automatisch weer ingeschakeld zodra het voertuig naar D (rijden) wordt geschakeld en er harder dan 20 km/u (12 mph) wordt gereden.

  • Als i-PEDAL uitschakelen bij achteruitrijden niet is geselecteerd, wordt de i-Pedal-functie automatisch ingeschakeld wanneer er naar D (rijden) of R (achteruit) wordt geschakeld.

Gevallen waarbij het systeem niet mag worden gebruikt

  • Steile wegen bergop of bergaf

  • Het punt waar de helling eindigt

  • Bij herhaaldelijk starten en stoppen op een hellende weg

  • Wanneer Downhill Brake Control (DBC) actief is

WAARSCHUWING
  • Het is mogelijk dat het voertuig niet stopt, afhankelijk van de toestand van het voertuig en de weg. Controleer altijd de wegomstandigheden en de rijstatus voor u en gebruik indien nodig het rempedaal om de snelheid handmatig te regelen.

  • Houd de weg altijd in de gaten tijdens het rijden met i-Pedal.

  • Gebruik in geval van een noodstop het rempedaal om de auto tot stilstand te brengen.

  • Gebruik i-Pedal niet op gladde oppervlakken, omdat dit kan leiden tot een ongeluk.

LET OP

Het niveau regeneratief remmen kan in de volgende gevallen niet worden gewijzigd met de schakelpook:

  • Er wordt gelijktijdig aan de linkerzijde ( ) en rechterzijde ( ) van de paddle shifters getrokken.

  • Smart Cruise Control (SCC) is actief.

  • De hoogspanningsbatterij van het voertuig is volledig opgeladen (100%) en het regeneratief remmen wordt voortgezet.

  • Wanneer er een aanhangwagen is aangekoppeld.