2. Bediening op afstand
![]() OOV055077 |
Methode (1): Met de smart key
-
Houd een van de Forward (
) of Backward (
) knoppen op de smart key ingedrukt.-
De Slimme parkeerhulp op afstand zal het stuur, de snelheid en het schakelen automatisch overnemen. Het voertuig beweegt in de richting van de ingedrukte toets.
-
Als de functie Remote Operation (op afstand bedienen) actief is en u de knop niet ingedrukt houdt, stopt het voertuig en wordt de controle onderbroken. De functie begint opnieuw te werken als de knop opnieuw ingedrukt wordt gehouden.
-
-
Houd de Forward (
) of Backward (
) knop ingedrukt totdat het voertuig de doellocatie bereikt. -
Wanneer Op afstand bedienen voltooid is, betreedt u de auto met de smart key of drukt op de toets Starten op afstand (
) op de smart key, wanneer u zich buiten de auto bevindt.-
De melding zal op het scherm van het infotainmentsysteem verschijnen. De auto zal automatisch naar P (parkeren) schakelen en de handrem zal geactiveerd worden.
-
Wanneer er op de toets Starten op afstand (
) wordt gedrukt, schakelt de auto uit. Als de bestuurder zich in de auto bevindt, zal de auto in de ON-positie blijven staan.
-
Methode (2): Met de digitale sleutel
-
Veeg het voertuigpictogram in de gewenste richting op het scherm Vooruit-/achteruitrijden op afstand om het voertuig te bedienen.
-
Terwijl de knop wordt ingedrukt, regelt de Slimme parkeerhulp op afstand automatisch het sturen, schakelen en de rijsnelheid. De rijrichting van het voertuig komt overeen met de richting van de knop Vooruit of Achteruit op de digitale sleutel.
-
Als u de knop loslaat terwijl u de functie Vooruit- of achteruitrijden op afstand bedient, stopt de auto en wordt de controle tijdelijk onderbroken. Druk nogmaals op de knop om de werking te hervatten.
-
-
Veeg met het voertuigpictogram op de digitale sleutel en blijf de actie uitvoeren totdat het voertuig de gewenste positie bereikt.
-
Nadat Vooruit of achteruit rijden op afstand is voltooid, stapt u in het voertuig met de digitale sleutel of drukt u op de knop Uitrijden.
-
Op het scherm van het infotainmentsysteem verschijnt een Vooruit/achteruit op afstand-bericht. De Slimme parkeerhulp op afstand schakelt automatisch naar P (parkeren) en activeert de elektronische handrem (EPB).
-
Als de Exit-knop wordt ingedrukt, zal de auto uitschakelen. Als u instapt, blijft de motor (of het systeem) draaien.
-
-
Dankzij de Bediening op afstand kunt u de auto van buitenaf bedienen met behulp van de smart key.
-
Ga na of alle slimme sleutels zich buiten de auto bevinden als u de functie Bewerking op afstand gebruikt.
-
Het detectiebereik van de smart key is afhankelijk van de omgeving en wordt beïnvloed door radiogolven zoals een zendmast, een zendstation, enz.
-
Als u de auto vanop afstand vooruit beweegt met methode (1), wordt dat gezien als een situatie ‘parkeerplaats verlaten’ en beweegt het voertuig 4 m (13 ft.) en controleert het de omgeving rond het voertuig op voetgangers, dieren of objecten. Na bevestiging wordt het stuur overgenomen naargelang de toestand voorop.
-
Als u de auto vanop afstand vooruit beweegt met methode (2) wordt dat als een parkeersituatie gezien en wordt het stuur onmiddellijk overgenomen in overeenstemming met de toestand voorop om te helpen met het inrijden van de parkeerruimte en het uitlijnen van het voertuig. De prestaties kunnen echter verslechteren met voetgangers, dieren, de vorm van voorwerpen, de locatie enz. rond het voertuig.
-
Als u de auto vanop afstand achteruit beweegt , beginnen zowel methode (1) als (2) met het uitlijnen van het stuur en zal het voertuig pas daarna rechtdoor bewegen.
-
Als u de functie Bediening op afstand wilt gebruiken, moet u zich ervan vergewissen dat alle passagiers het voertuig verlaten hebben.
-
Voor u de auto verlaat, sluit u de ruiten en het schuif-/kanteldak, en zorgt u ervoor dat de auto is uitgeschakeld voordat u de portieren vergrendelt.
-
Als de batterij van de auto leeg is of als de Slimme parkeerhulp op afstand slecht werkt bij parkeren op een smalle parkeerplaats, zal Bediening op afstand niet werken. Parkeer uw voertuig altijd in een ruimte die breed genoeg is om in en uit te kunnen stappen.
-
Al naargelang de parkeerruimte kunt u misschien de ruimte die u met de functie Bediening op afstand bent ingereden, niet verlaten.
-
Na het parkeren kan de omgeving veranderen door de beweging van de naburige voertuigen. Als dat gebeurt, werkt de functie Bediening op afstand misschien niet.
