Rear Occupant Alert-systeem (ROA)
De waarschuwing voor inzittenden achterin (ROA) is voorzien om te helpen voorkomen dat men de auto verlaat terwijl een achterpassagier in de auto wordt achtergelaten.
Procedure
-
Selecteer op het scherm van het infotainmentsysteem.
1ste alarmoperatie
![]() N_CT25Z037_E |
(A) Controleer of zich op de achterbank passagiers en bezittingen bevinden |
Wanneer het portier van de achterpassagier is geopend en gesloten, en u na het rijden de auto uitzet en het bestuurdersportier opent, verschijnt er een waarschuwingsbericht op het cluster.
2de alarmoperatie (indien van toepassing)
Na het eerste alarm treedt het tweede alarm in werking wanneer beweging in het voertuig wordt gedetecteerd nadat het bestuurdersportier is gesloten en alle portieren zijn vergrendeld. De claxon zal ongeveer 25 seconden weerklinken. Daarnaast wordt er een tekstbericht gestuurd naar leden van Kia Connect Services. Als het systeem nog steeds beweging detecteert, zal het alarm maximaal 8 keer worden gegeven.
Het alarm kan worden uitgeschakeld door de portieren te ontgrendelen met de Smart Key.
Het systeem detecteert beweging in het voertuig gedurende 10 minuten nadat het portier is vergrendeld.
-
Zorg ervoor dat alle ruiten zijn gesloten. Als er een ruit geopend is, kan de waarschuwing worden ingeschakeld, omdat de sensor een onbedoelde beweging detecteert (bijv. wind of insecten).
-
Als u het Rear Occupant Alert-systeem (ROA) niet wilt gebruiken, druk dan op de knop OK op het stuurwiel wanneer de 1e waarschuwingsmelding op het instrumentenpaneel wordt weergegeven. Hierdoor wordt het 2e alarm eenmalig uitgeschakeld.
-
Als er dozen of andere voorwerpen in het voertuig zijn opgestapeld, zal het systeem de beweging mogelijk niet detecteren. Ook kan een waarschuwingsmelding worden gegenereerd als de doos of het voorwerp omvalt.
-
De sensor werkt mogelijk niet normaal als deze wordt geblokkeerd door vreemde voorwerpen.
-
Het alarm kan worden geactiveerd wanneer beweging op de bestuurders- of passagiersstoel wordt gedetecteerd.
-
Het alarm kan worden geactiveerd terwijl de portieren zijn vergrendeld in een wasstraat of door trillingen of lawaai in de omgeving.
-
Detectie van beweging binnenin het voertuig wordt gestopt indien de Remote Start-functie actief is.
-
Zelfs als uw voertuig is uitgerust met het Rear Occupant Alert-systeem (ROA) moet u altijd zorgen dat u de achterbank controleert voordat u het voertuig verlaat.
-
Het alarm werkt mogelijk niet in de volgende gevallen:
-
De beweging duurt slechts een korte periode of de beweging is gering.
-
Als een kind zonder een kinderzitje op een passagiersstoel zit.
-
De achterpassagier is bedekt met een obstakel, zoals een deken.
-
Let altijd op de veiligheid van de passagier, aangezien de detectiefunctie en het 2e alarm mogelijk niet zullen werken afhankelijk van de omgeving en bepaalde omstandigheden.
-
De met radiofrequenties werkende componenten (ROA-radarsensor) voldoen aan:
![]() N_CT25C048_E |
![]() OOV055271L |
![]() OOV055267L |



