Ruitensproeiers voorruit bedienen

OSW035472L
  1. Zet de schakelaar voor de wissersnelheid in de stand UIT.

  2. Trek de hendel lichtjes naar u toe om vloeistof op de voorruit te spuiten en de ruitenwisser 1-3 slagen te laten wissen. Gebruik deze functie om een vuile voorruit schoon te maken. De ruitensproeier en de ruitenwissers blijven werken tot u de hendel loslaat.

WAARSCHUWING

Gebruik de ruitensproeiers niet bij temperaturen onder het vriespunt zonder eerst de voorruit met behulp van de voorruitontwaseming te hebben verwarmd; de vloeistof kan anders op de voorruit bevriezen en uw zicht belemmeren.

LET OP
  • Bedien de ruitensproeier niet als het vloeistofreservoir leeg is. Dit kan de ruitensproeierpomp beschadigen.

  • Bedien de ruitenwissers niet op een droge voorruit. Hierdoor kunnen de wisserbladen of de voorruit beschadigd raken.

  • Gebruik geen benzine, kerosine, verfverdunner of andere oplosmiddelen op of in de buurt van de wisserbladen. Deze stoffen kunnen de bladen beschadigen.

  • Probeer de ruitenwissers niet met de hand te bewegen. Hierdoor kunnen de ruitenwisserarmen en andere onderdelen beschadigd raken.

  • Gebruik in de winter of bij lage buitentemperaturen speciale ruitensproeiervloeistof tegen bevriezing om schade aan de ruitenwissers en het ruitensproeiersysteem te voorkomen.

OPMERKING

Controleer het peil van de ruitensproeiervloeistof als de ruitensproeier niet werkt. Als het vloeistofniveau laag is, voeg dan een geschikte niet-schurende ruitensproeiervloeistof toe aan het ruitensproeierreservoir.

De vulopening van het reservoir bevindt zich aan de voorkant van de motorruimte.