Bediening slim regeneratief remsysteem

OOV045011
OSWQ015075
  • Trek aan de rechterzijde ( ) van de paddle shifter en houd deze langer dan 1 seconde vast om het slimme regeneratieve remsysteem te activeren. Het controlelampje ( ) gaat branden op het instrumentenpaneel.

  • Trek aan de rechterzijde ( ) van de paddle shifter en houd deze langer dan 1 seconde vast om het slimme regeneratieve remsysteem te deactiveren. Het controlelampje ( ) op het instrumentenpaneel dooft.

TIP

Het slim regeneratief remsysteem wordt automatisch gedeactiveerd wanneer:

  • Het voertuig staat in P (parkeren), R (achteruit) of N (neutraal).

  • Smart Cruise Control (SCC) is geactiveerd.

  • De Electronic Stability Control (ESC) (elektronische stabiliteitsregeling) of het antiblokkeersysteem (ABS) is in werking.

  • DRIVE MODE staat in SNOW-modus.

  • Downhill Brake Control (DBC) is actief.

Voorwaarden voor gebruik

  • Als de rijsnelheid hoger is dan ongeveer 10 km/u (6 mph).

  • De helling van de weg verandert.

  • De afstand tot het voertuig vóór u wordt kleiner of groter.

  • De snelheid van het voertuig vóór u neemt af of toe.

  • Links- of rechtsaf slaan op een kruispunt.

  • U nadert een rotonde.

Gevallen waarbij het systeem niet mag worden gebruikt

  • Wanneer de hoogspanningsbatterij van het voertuig volledig opgeladen (100%) is.

  • Het voertuig staat in P (parkeren), R (achteruit) of N (neutraal).

  • Smart Cruise Control is geactiveerd.

  • De Electronic Stability Control (ESC) (elektronische stabiliteitsregeling) of het antiblokkeerremsysteem (ABS) is geactiveerd.

WAARSCHUWING
  • Slim regeneratief remsysteem, dat automatisch regeneratief remmen regelt tijdens het uitrollen, is een aanvullend systeem voor het gemak van de bestuurder.

  • Vertrouw niet uitsluitend op dit systeem om het voertuig te stoppen. Het systeem kan de auto niet in alle situaties volledig tot stilstand brengen en evenmin alle aanrijdingen voorkomen.

  • Het remmen kan mogelijk onvoldoende zijn als een voorligger plotseling stopt, onverwacht invoegt of op een steile helling rijdt.

  • Blijf altijd alert en houd de wegomstandigheden in de gaten om onverwachte situaties te voorkomen.

  • Wanneer het slimme regeneratieve remsysteem automatisch wordt geannuleerd, moet u uw rijsnelheid aanpassen door het gaspedaal of rempedaal in te trappen naar gelang de rijomstandigheden.

OPMERKING
  • Als de frontradar een voorligger niet detecteert, brandt het controlelampje ( ) in het wit.

  • Als er een voorligger wordt gedetecteerd, wordt het controlelampje ( ) groen. In dit geval vertraagt de auto automatisch op basis van de afstand en snelheid van de voorligger en wordt het regeneratieve remniveau weergegeven met een pijlsymbool.

  • Als u het gaspedaal intrapt, wordt het systeem tijdelijk uitgeschakeld.

  • Het infotainmentsysteem kan veranderen na een software-update. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding bij het infotainmentsysteem of de beknopte referentiegids.