Noodstuurhulp

OOV055151L
  1. Noodstuurhulp

Noodstuurhulp waarschuwt de bestuurder met een knipperend waarschuwingslampje noodstuurhulp ( ), een waarschuwingsbericht, trilling van het stuurwiel en een hoorbare waarschuwing. De stuurhulp wordt geactiveerd en helpt een aanrijding met een tegenligger of aangedreven tweewielers te voorkomen.

Noodstuurhulp wordt geactiveerd in volgende omstandigheden.

  • Uw rijsnelheid: Ongeveer 40–145 km/h (25–90 mph)

  • Snelheid tegenligger of aangedreven tweewieler: Ongeveer boven 10 km/u (6 mph)

  • Relatieve snelheid: Ongeveer onder 200 km/u (124 mph)

  • Wanneer uw auto en de tegenligger of gemotoriseerde tweewieler in tegengestelde richtingen bewegen.

  • Binnen een bepaalde periode nadat het systeem heeft vastgesteld dat de auto van de rijstrook is vertrokken.

  • Wanneer het doel het werkgebied van de functie binnenkomt.

  • Wanneer u op een rechte weg rijdt.

  • Wanneer beide rijstrookmarkeringen worden gedetecteerd.

  • Als er geen risico is op secundaire aanrijding.