Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) in-/uitschakelen

OOV055003

Telkens wanneer het voertuig wordt ingeschakeld, wordt Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) altijd ingeschakeld en gaat het grijze indicatielampje ( ) op het cluster branden.

Als u de Rijvakassistentie wilt uitschakelen, houdt u de knop Rijhulpsysteem ingedrukt ( ) om de functie uit te schakelen. Het indicatorlampje wordt geel als u Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) uitschakelt.

OPMERKING
  • Wanneer aan de werkingsvoorwaarden voor Lane Keeping Assist (rijvakassistentie) wordt voldaan, brandt op het cluster een groen ( ) controlelampje.

  • Als niet aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan, brandt er een grijs ( ) controlelampje.

Automatische activering

Rijvakassistentie wordt automatisch ingeschakeld wanneer een van de volgende rijcomfortfuncties aanwezig is:

  • Wanneer zowel rijvakassistentie en Smart Cruisecontrol ingeschakeld zijn

  • Rijhulp op de snelweg wordt aangezet

Als Rijvakassistentie automatisch is ingeschakeld en de bestuurder probeert het uit te schakelen, verschijnt er een waarschuwingsmelding en wordt Rijvakassistentie niet uitgeschakeld.

Als de camera in de cabine de slaperigheid van de bestuurder detecteert, wordt Rijvakassistentie automatisch geactiveerd. In dit geval kunt u de Rijvakassistentie uitschakelen door de knop Hulp bij rijbaan volgen langer dan 2 seconden ingedrukt te houden. (indien van toepassing)

WAARSCHUWING
  • Wanneer de Rijvakassistentie is geactiveerd, blijft de functie aan, zelfs als de rijcomfortfuncties zijn uitgeschakeld.

  • Om de Rijvakassistentie uit te schakelen, schakelt u tijdelijk de Smart Cruise Control uit of drukt op de Knop Rijvakhulpsysteem of de Knop Rijhulpsysteem om de functie Rijcomfort uit te schakelen.