Operationele volgorde

De functie Smart Exit (Slim uitrijden) werkt in volgende volgorde:

  1. Voorbereiden op uitrijden

  2. Ruimte vinden

  3. Kies een uitrijrichting

  4. Slim uitrijden

1. Voorbereiden op uitrijden

OOV055099

(1) knop Parkeren/Weergave

  1. Trap, terwijl de motor draait, het rempedaal in en zet de selectiehendel in P (parkeren) of N (neutraal).

  2. Houd de Parking/View () knop (1) ingedrukt om Remote Smart Parking Assist in te schakelen.

OPMERKING
  • Akkoord moet geselecteerd zijn op het scherm van het infotainmentsysteem en het infotainmentsysteem moet naar behoren werken om de functie Smart Exit (Slim uitrijden) te gebruiken.

  • Als u langzamer rijdt dan 5 km/u (3 mph) met de motor aan en de transmissie in stand N (neutraal), kan de functie Smart Exit (Slim uitrijden) worden gebruikt.

  • Als de functie Slim uitrijden na het fileparkeren opnieuw wordt ingeschakeld door de slim parkeren op afstand, kunt u de Uitrijfunctie gebruiken.

2. Ruimte vinden

OOV055168L
  1. Ruimte vinden...

  2. Stop het voertuig.

  1. Wanneer het voertuig stilgezet wordt met het rempedaal, nemen de voertuigsensors de afstand tot nabijgelegen objecten waar en controleren ze of er ruimte is om weg te rijden.

  2. Zodra het controleren van een parkeerplek voltooid is verschijnt er op het infotainmentscherm een melding met een geluidssignaal om aan te geven dat het zoeken voltooid is.

WAARSCHUWING
  • Als er tijdens het controleren van de ruimte kans bestaat op een aanrijding met een voetganger, dier of object in de richting van het uitrijden, gaat de functie Smart Exit (Slim uitrijden) voor uw veiligheid uit.

  • Zelfs als de controle van de ruimte voltooid is, kunnen er in de dode hoek objecten zijn die de sensors niet waarnemen. De bestuurder moet eerst het gebied in de dode hoek bekijken om de functie te blijven gebruiken.

OPMERKING

Vanwege abnormale werking van de ultrasoonsensor of de invloed van de omgeving, kan de parkeerfunctie misschien niet zoeken naar een parkeerplek ook al is er wel parkeerplek, of zoekt hij naar een plek die niet geschikt is om te parkeren.

3. Kies een uitrijrichting

OOV055169L
  1. Kies een uitrijrichting

  2. De richting kan alleen bij stilstand worden gekozen.

  1. Als het voertuig is gestopt door het rempedaal in te trappen, toont het infotainmentscherm de mogelijke richtingen voor wegrijden na fileparkeren.

  2. Tik op het infotainmentscherm om de gewenste uitrijrichting te kiezen.

WAARSCHUWING

Voordat het kiezen van een uitrijrichting moet de bestuurder kijken of er ruimte is om weg te rijden. Gebruik de functie Smart Exit (Slim uitrijden) niet als de door de Slimme parkeerhulp op afstand gevonden parkeerplek te smal is narrow of ongeschikt (omringende voertuigen zijn verticaal geparkeerd, enz.).

4. Slim uitrijden

OOV055170L
  1. Slim uitrijden

  2. 1. Neem uw handen van het stuurwiel.

  3. 2. Houd de parkeer/weergave knop ingedrukt.

  1. Druk op de toets Parkeren/weergave () als het voertuig gestopt wordt door het rempedaal in te trappen.

    • Als u het rempedaal loslaat, zal parkeerhulp op afstand het stuurwiel, de snelheid en het schakelen overnemen.

    • Als de functie Smart Exit (slim uitrijden) actief is en u de toets Parkeren/Weergave niet ingedrukt houdt, stopt het voertuig en wordt de controle onderbroken. De functie Parkeren/Weergave begint opnieuw te werken als de knop opnieuw ingedrukt wordt gehouden.

  2. Houd de Parking/View-toets () ingedrukt, totdat het voertuig de gewenste uitrijlocatie bereikt. Wanneer het voertuig de beoogde uitrijlocatie bereikt, verschijnt er een bericht op het infotainmentscherm om u te laten weten dat het uitrijden is afgerond.

    • Wanneer het voertuig de beoogde uitrijlocatie bereikt, verschijnt er een bericht op het infotainmentscherm om u te laten weten dat het uitrijden is afgerond.

OPMERKING
  • De functie Smart Exit (slim uitrijden) werkt niet als het portier openstaat of de veiligheidsgordel niet vastzit.

  • De rijsnelheid kan worden aangepast door op de rem te trappen terwijl de functie Smart Exit (slim uitrijden) actief is. Het voertuig zal echter niet accelereren, ook niet als u het gaspedaal intrapt.

  • Als het uitrijden is afgerond terwijl het rempedaal ingetrapt werd, wordt de functie Smart Exit (Slim uitrijden) afgerond in de stand D (rijden).

  • Als het uitrijden is afgerond terwijl het gaspedaal ingetrapt werd, moet u uw voet één keer van het gaspedaal halen om het gaspedaal te kunnen bedienen.

  • Als u binnen 4 seconden na het afronden van het uitrijden niets met het voertuig gedaan hebt, zoals het rempedaal of gaspedaal intrappen, schakelt het voertuig automatisch naar P (parkeren) en wordt de elektronische handrem geactiveerd.

  • Zodra functie Slim uitrijden klaar is, moet u altijd de omgeving controleren voordat u gaat rijden.

Hoe de functie Slim uitrijden uitschakelen tijdens het gebruik

  • Druk in de volgende fase op de knop Parkeren/Weergave ( ):

    • Ruimte vinden

    • Kies een uitrijrichting

  • Schakel in de volgende stap naar R (achteruit):

    • Ruimte vinden

    • Kies een uitrijrichting

  • Druk op de toets Parkeerveiligheid ( ) of selecteer Annuleren op het scherm van het infotainmentsysteem om de functie Slim uitrijden uit te schakelen.

  • Als het voertuig terwijl de functie Smart Exit (Slim uitrijden) actief is, stilgezet wordt met het rempedaal en er wordt geschakeld, gaat de Uitrijfunctie uit. Op dat moment wordt de elektronische handrem niet geactiveerd.

De functie wordt onderbroken als:

Wanneer de functie Slim uitrijden is gepauzeerd, stopt het voertuig. Als de oorzaak van de pauzering verdwijnt, werkt de functie mogelijk opnieuw.

  • Er bevindt zich een voetganger, een dier of een object in de richting waarin het voertuig beweegt

  • Het portier of de achterklep is open

  • De veiligheidsgordel van de bestuurder zit niet vast

  • Wanneer assistentie voor het vermijden van aanrijdingen bij parkeren, assistentie voor het vermijden van aanrijdingen dode hoek of assistentie botsing vermijden kruisend verkeer achteraan in werking is

  • De toets Parkeren/Weergave ( ) wordt niet continu ingedrukt

  • Het voertuig wordt stilgezet door het rempedaal in te drukken

De functie annuleert onder volgende omstandigheden wanneer:

Als de functie slim uitrijden is geannuleerd, stopt het voertuig automatisch, schakelt het naar P (Parkeren) en wordt de elektronische handrem actief.

  • Slim uitrijden

    • Er wordt aan het stuur gedraaid

    • De transmissie wordt in een andere stand gezet terwijl het voertuig in beweging is

    • De elektronische handrem wordt bediend terwijl het voertuig in beweging is

    • De motorkap is open

    • De bestuurder opent het portier terwijl zijn of haar veiligheidsgordel los is gemaakt.

    • Er wordt snel geaccelereerd

    • Het voertuig slipt

    • Het stuur zit vast door een obstakel en kan niet bewegen

    • Er zijn voetgangers, dieren of voorwerpen tegelijk voor en achter het voertuig

    • Er zijn ongeveer 3 minuten en 50 seconden verlopen sinds de Uitrijfunctie begon te werken.

    • De hellingsgraad van de weg overschrijdt het werkingsbereik

    • De functie is meer dan 1 minuut onderbroken

    • Er kan niet op de normale manier worden gestuurd, geschakeld, geremd of gereden

    • ABS, TCS of ESC- systeem werkt door de gladde wegen

    • De laadklep gaat open