Sleepbedrijf
![]() OOV065009 |
![]() OOV065010_2 |
-
Dolly's
Laat het voertuig bij voorkeur wegslepen door een officiële Kia-dealer of een erkend bergingsbedrijf.
Correcte hef- en sleepprocedures zijn noodzakelijk om schade aan de auto te voorkomen. Wij bevelen het gebruik van dollies (1) of een autoambulance aan.
Zijairbags en gordijnairbag
Als uw voertuig is uitgerust met een zij- en gordijnairbag, zet het voertuig in de stand OFF wanneer het voertuig wordt gesleept. De zij- en gordijnairbags kunnen worden geactiveerd wanneer het voertuig in de stand POWER ON staat en de koprolsensor de situatie interpreteert als over de kop slaan.
-
Uw voertuig kan niet getakeld worden met de banden op de grond. Wij bevelen het gebruik van dolly's of een autoambulance aan.
-
Als de elektronische handrem (EPB) niet op de normale manier ontgrendeld kan worden, adviseren wij u de auto op een autoambulance naar een officiële Kia-dealer/servicepartner te laten transporteren en het systeem te laten controleren.
Wanneer de autoambulance niet beschikbaar is,
![]() OOV065011 |
kan een auto met tweewielaandrijving worden gesleept met de andere banden op de grond (zonder dolly's) en een ontgrendelde handrem, voordat het voertuig wordt uitgeschakeld.
Als de auto gesleept moet worden met twee wielen op de grond, doe dit dan met de aangedreven wielen van de grond.
![]() OOV065012_2 |
-
Als één van de aangedreven wielen of de wielophanging voor beschadigd is of als de auto wordt gesleept met de aangedreven wielen op de grond, plaats dan een dolly onder de aangedreven wielen.
-
Gebruik geen takel om de auto te slepen. Gebruik alleen een oprijtakelwagen of een takelwagen met lepel.
-
Sleep de auto nooit achteruit met de aangedreven wielen op de grond. Hierdoor kan de auto beschadigd raken.
Voorzorgsmaatregelen bij het rijden over een korte afstand met een trekhaak enz. voordat u een voertuig sleept
-
Rijd korte afstanden binnen 100 m (328 ft) met een snelheid van 5 km/u (3 mph) of minder alleen wanneer u op een sleepwagen laadt of als het voertuig moet worden verplaatst.
-
De transmissie moet dan in N (neutraal) staan en de handrem mag niet zijn aangetrokken. Als het onmogelijk is om de reductieoverbrenging en handrem te bedienen, verplaats de auto dan met behulp van dolly's, bandenschaatsen, enz. met de voorwielen, d.w.z. het stuur, opgetild.
Slepen in een noodgeval
![]() OOV065006 |
![]() OOV065007 |
-
Verwijder het sleepoog uit de TMK-houder (1) en het sleepoog (2).
OOV065005 -
Verwijder het afdekkapje in de bumper door aan de onderzijde van het afdekkapje te drukken.
-
Plaats het sleepoog door het rechtsom in het gat te draaien tot het volledig vastzit.
-
Verwijder het sleepoog na gebruik en plaats het afdekkapje.
-
Wees voorzichtig bij het slepen van de auto.
-
Probeer abrupt optrekken en remmen, alsmede vreemde manoeuvres te voorkomen, zodat de sleepkabel of -ketting en de sleepogen niet te zwaar worden belast. Anders kunnen ze breken, waardoor ernstig letsel of schade kan ontstaan.
-
Als er nauwelijks beweging in de auto zit, ga dan niet onnodig door met slepen. We raden u aan contact op te nemen met een officiële Kia-dealer/servicepartner of een commerciële sleepdienst voor assistentie.
-
Sleep de auto zo recht mogelijk naar voren.
-
Blijf op veilige afstand van de auto tijdens het slepen.
-
Bevestig een sleepkabel alleen aan de sleepogen.
-
Als de sleepkabel aan een ander onderdeel van de auto wordt bevestigd, kan dit leiden tot beschadigingen.
-
Gebruik alleen een sleepkabel of -ketting die speciaal bedoeld is voor het slepen van auto’s. Bevestig de kabel of ketting goed aan de sleepogen.
-
Versnel en vertraag langzaam en geleidelijk terwijl u de sleepkabel of -ketting op spanning houdt om de auto te starten of te verplaatsen, anders kunnen de sleepogen en de auto beschadigd raken.
-
Controleer voordat u met een aanhanger gaat rijden of er geen vloeistof lekt onder uw auto. Als de reductievloeistof lekt, moet de auto worden uitgerust met een dieplader of een dolly.
-
Op deze manier slepen mag alleen op verharde wegen, over een korte afstand en met lage snelheid.
-
Laat de auto bij voorkeur wegslepen door een officiële Kia-dealer of een erkend bergingsbedrijf. Als dit niet mogelijk is, mag de auto tijdelijk worden gesleept met een sleepkabel of -ketting die aan het sleepoog aan de voor- of achterzijde van de auto is bevestigd. Wees voorzichtig bij het slepen van de auto. Een bestuurder moet in de auto plaatsnemen om te sturen en de remmen te bedienen.
-
Gebruik de sleepogen niet om een andere auto weg te slepen die vastzit in de modder of iets dergelijks waar hij niet op eigen kracht uit kan komen.
-
Sleep geen auto’s die zwaarder zijn dan de auto waarmee wordt gesleept.
-
De bestuurders van beide auto’s dienen goed met elkaar te communiceren.
-
Controleer voor het slepen of de sleepogen niet gebroken of op een andere manier beschadigd zijn.
-
Bevestig de kabel of ketting goed aan de sleepogen.
-
Voorkom schokken tijdens het slepen. Sleep met een gelijkmatige kracht.
-
Trek niet in de dwarsrichting of in verticale richting aan het sleepoog. Anders kan het sleepoog beschadigd raken. Trek alleen in de lengterichting van de auto.





