Met de Smart Key

Figuur 1. Elektrisch
OOV035417L
Figuur 2. Handmatig
OOV035067

Als u de Smart Key bij zich hebt, kunt u de portieren (en de achterklep) van de auto vergrendelen en ontgrendelen. Daarnaast kunt u het voertuig starten. Meer informatie hierover vindt u in de volgende paragraaf.

Vergrendelen

Wanneer u de knop (het gegraveerde gedeelte) van de handgreep van een voorportier aanraakt terwijl alle portieren zijn gesloten en er wordt een portier ontgrendeld, worden alle portieren vergrendeld. Als alle portieren en de motorkap gesloten zijn, knipperen de alarmknipperlichten eenmaal om aan te geven dat alle portieren vergrendeld zijn.

De knop werkt alleen wanneer de smart key zich binnen 0,7-1 m (28-40 inches) van de voordeurklinken bevindt.

Zelfs als u de knoppen op de voorportiergreep aanraakt, worden de portieren niet vergrendeld als een van de volgende situaties zich voordoet:

  • De Smart Key bevindt zich in de auto.

  • Het voertuig staat in de stand POWER ON of DRIVE READY.

  • Er staat een portier of de achterklep open.

Ontgrendelen (handmatig type)

  1. Raak de toets op de voorportierfreep (het gegraveerde gedeelte) aan terwijl u de smart key bij u draagt; alle portieren worden nu ontgrendeld. De alarmknipperlichten knipperen tweemaal om aan te geven dat alle portieren ontgrendeld zijn.

  2. Wanneer de portieren eenmaal zijn ontgrendeld, drukt u op de voorkant van de portiergreep en dan komt de achterkant van de portiergreep naar buiten.

  3. Trek aan de buitenportiergreep om het portier te openen.

De knop werkt alleen wanneer de smart key zich binnen 0,7-1 m (28-40 inches) van de voordeurklink bevindt.

Wanneer de smart key wordt herkend in het gebied van 0,7-1 m (28-40 inches) van de voordeurklink, kunnen andere personen ook de deur openen zonder de smart key in bezit te hebben.

Na het indrukken van de toets zullen de portieren automatisch worden vergrendeld, tenzij u binnen 30 seconden een van de portieren opent.

Ontgrendelen (elektrisch type)

  1. Raak de toets op de voorportierfreep (het gegraveerde gedeelte) aan terwijl u de smart key bij u draagt; alle portieren worden nu ontgrendeld. De alarmknipperlichten knipperen tweemaal om aan te geven dat alle portieren ontgrendeld zijn.

  2. De portiergreep springt eruit en het portier wordt ontgrendeld. De waarschuwingsknipperlichten knipperen tweemaal en het geluidssignaal klinkt tweemaal.

  3. Trek aan de buitenportiergreep om het portier te openen.

De knop werkt alleen wanneer de smart key zich binnen 0,7-1 m (28-40 inches) van de voordeurklink bevindt.

Wanneer de smart key wordt herkend in het gebied van 0,7-1 m (28-40 inches) van de voordeurklink, kunnen andere personen ook de deur openen zonder de smart key in bezit te hebben.

Na het indrukken van de toets zullen de portieren automatisch worden vergrendeld, tenzij u binnen 30 seconden een van de portieren opent.

Wanneer Ontgrendeling bij nadering is geselecteerd
  1. Benader de voorste buitenportiergreep tot minder dan 1 m (40 in) met de smart key of digitale sleutel.

  2. De buitenportiergrepen springen naar buiten. Het portier wordt ontgrendeld, waarschuwingsknipperlichten knipperen tweemaal en het geluidssignaal klinkt tweemaal.

    Selecteer Instellingen > Voertuig > Portier > Ontgrendelen bij benadering op het infotainmentsysteem.

Wanneer Ontgrendeling bij nadering niet is geselecteerd
  1. Raak de sensor op de voorste buitenportiergreep (het gegraveerde gedeelte) aan met de Smart Key of digitale sleutel.

  2. De buitenportiergrepen springen naar buiten. Het portier wordt ontgrendeld, waarschuwingsknipperlichten knipperen tweemaal en het geluidssignaal klinkt tweemaal.

    Selecteer Instellingen > Voertuig > Portier > Ontgrendelen bij benadering op het infotainmentsysteem.

TIP
  • De bestuurder kan het systeem Ontgrendeling bij nadering activeren/deactiveren op het infotainmentscherm.

  • In noodsituaties, zoals wanneer de batterij leeg is, kan de elektrische buitenportiergreep nog steeds worden bediend, zodat de buitenportiergreep ook met de hand kan worden bediend.

  • Als de Ontgrendeling bij nadering gedeactiveerd wordt, springt de portiergreep niet uit, ook niet als de bestuurder het voertuig benadert met de smart key. Om de portieren te ontgrendelen terwijl de Ontgrendeling bij nadering gedeactiveerd is, raakt u de vergrendel-/ontgrendelsensor op de handgreep aan.

  • Druk op de vergrendelingsknop op de smart key en houd de vergrendelings- en ontgrendelingsknop tegelijk ingedrukt gedurende meer dan ongeveer 4 seconden om onbedoeld vergrendelen/ontgrendelen van de portieren te voorkomen. De alarmknipperlichten knipperen 4 keer. De portieren worden niet vergrendeld of ontgrendeld, zelfs niet als u de aanraaksensor op de buitenportiergreep aanraakt. Druk op de vergrendelings- of de ontgrendelingsknop op de Smart Key om deze functie uit te schakelen.

  • Het infotainmentsysteem kan veranderen na software-updates. Voor meer informatie raadpleeg de meegeleverde handleiding in het infotainmentsysteem en de snelle referentiegids.

OPMERKING
  • De portieren worden automatisch vergrendeld en de buitenportiergreep trekt zich na 30 seconden terug als er geen portier geopend is.

  • De portieren worden niet vergrendeld in de volgende gevallen:

    • De Smart Key of digitale sleutel bevindt zich in de auto.

    • Er staat een portier of de achterklep open.

    • Het voertuig staat in de stand POWER ON of DRIVE READY.

  • Trek na het ontgrendelen van de portieren aan de buitenportiergreep om het portier te openen. Druk het portier met de hand dicht om het te sluiten.

Als u de auto wast

Autowasstraat met zelfbediening

  • Houd het portier vergrendeld met de buitenportiergreep gesloten.

  • De deurgreep kan eruit springen wanneer vocht of een doek de vergrendelings-/ontgrendelingssensor aanraakt. Blijf met de sleutel op minstens 2 m (78 inches) afstand van de auto om te voorkomen dat de buitenportiergreep actief wordt.

  • Laat de sleutel in het voertuig achter en houd het voertuig in POWER ON positie wanneer er een onbedoeld waarschuwingsgeluid is.

Automatische autowasstraat

  • Rijd de automatische autowasstraat in met de auto in de stand POWER ON of DRIVE READY en houd de versnelling in de stand N (Neutraal).

  • Stand autowassen

    • Selecteer de Stand autowassen op het beginscherm van het infotainmentsysteem

  • Als er geen Smart Key in de auto is, zet u de auto uit en houdt u de Smart Key minimaal 2 m (78 in.) van de auto af om te voorkomen dat de buitenportiergreep ingeschakeld wordt.

OPMERKING
  • De Stand autowassen wordt automatisch uitgeschakeld in de volgende omstandigheden:

    • De rijsnelheid ligt hoger dan 20 km/u (12,5 mph)

    • De auto is UIT

    • Het portier is ontgrendeld

LET OP
  • Wanneer u de automatische autowasstraat gebruikt met de portiergrepen naar buiten, kunnen de portiergrepen beschadigd raken of kunnen de portieren geopend worden.

  • Als de deur met grote kracht wordt gesloten of als er snel aan de buitenste portiergreep wordt getrokken, wordt de beveiliging in de portiergreep geactiveerd en kan het portier niet worden geopend, zelfs niet als er aan wordt getrokken.

    In dit geval kun u het portier openen door nogmaals aan de buitenste portiergreep te trekken.

  • Als de Ondersteuning aanrijdingsvermijding voorzijde (FCA) is geactiveerd, kan de buitenste portiergreep naar buiten komen om inzittenden na een aanrijding te kunnen redden. Vervolgens, wanneer FCA wordt uitgeschakeld, keren de buitenportiergrepen automatisch terug naar hun oorspronkelijke positie.