Modusselectie

Het luchtcirculatiepictogram/de luchtcirculatiehendel regelt de circulatie van de lucht door het ventilatiesysteem.

N_CT25C039_E
OOV035308

Gezicht-niveau (2, 4, 6)

De lucht stroomt naar het bovenlichaam en het hoofd. Daarnaast kan iedere uitstroomopening versteld worden om de richting van de luchtstroom te wijzigen.

Combinatie (2, 3, 4, 5, 6)

De lucht stroomt naar het hoofd en naar de voetenruimte.

Vloer-niveau (1, 3, 4, 5)

De meeste lucht stroomt naar de vloer en een klein gedeelte stroomt naar de voorruit, de zijruitverwarming en de uitstroomopeningen opzij.

Vloer-/ontdooiingsniveau (1, 3, 4, 5)

De meeste lucht stroomt naar de voetenruimte en de voorruit en een klein gedeelte stroomt naar de zijruitverwarming en de uitstroomopeningen opzij.

Ontdooingsniveau (1, 4)

De meeste lucht stroomt naar de voorruit en een klein gedeelte stroomt naar de zijruitverwarming en de uitstroomopeningen opzij.

Stand ONTWASEMEN

Als u de stand ontwasemen selecteert, schakelt het systeem automatisch de volgende instellingen in:

  • De airconditioning zal worden ingeschakeld.

  • De stand (frisse) buitenlucht wordt geselecteerd.

  • De aanjager zal op de hoogste stand gaan draaien.

Druk om de modus ontwasemen uit te schakelen nogmaals op het moduspictogram of op het pictogram ontwasemen, of druk op het pictogram AUTO.

Uitstroomopeningen dashboard

OOV035302
OOV035303

Met de hendel in de uitstroomopeningen kunt u de richting van de luchtstroom uit deze uitstroomopeningen afstellen, zoals aangegeven.