De luchttoevoer regelen
![]() N_CT25C081 |
Deze wordt gebruikt om de stand BUITENLUCHT of de stand RECIRCULATIE te kiezen.
De stand van de luchttoevoer wijzigen:
-
Raak het pictogram van de luchttoevoerknop aan.
In de stand RECIRCULATIE wordt de lucht uit het passagierscompartiment door het systeem gerecirculeerd en, afhankelijk van de gekozen functie, verwarmd of gekoeld. Het controlelampje gaat aan.
In de stand BUITENLUCHT stroomt de lucht van buitenaf het passagierscompartiment in. Deze lucht wordt, afhankelijk van de gekozen functie, verwarmd of gekoeld. Het controlelampje dooft.
Door langdurig gebruik van de verwarming in de stand RECIRCULATIE (zonder dat de airconditioning is ingeschakeld) kunnen de ruiten beslaan en kan de lucht in het passagierscompartiment muf worden.
Bovendien kan de lucht in het passagierscompartiment extreem droog worden bij langdurig gebruik van de airconditioning in de stand RECIRCULATIE.
-
Langdurig gebruik van het verwarmings- en ventilatiesysteem kan leiden tot een verhoogde luchtvochtigheid in het interieur, waardoor de ruiten kunnen beslaan en het zicht wordt belemmerd.
-
Ga niet slapen in de auto wanneer de airconditioning of de verwarming is ingeschakeld. Door een afname van de zuurstofconcentratie en/of de lichaamstemperatuur kunnen de inzittenden ernstig of dodelijk letsel oplopen.
-
Langdurig gebruik van het verwarmings- en ventilatiesysteem in de stand recirculatie kan slaperigheid veroorzaken, waardoor de bestuurder de controle over de auto kan verliezen. Zet de regeling van de luchttoevoer tijdens het rijden zo veel mogelijk in de stand (frisse) buitenlucht.
