Positie versnellingspook

OOV035110

De indicator op het instrumentenpaneel geeft de versnellingspositie weer wanneer het voertuig in de stand POWER ON staat.

P (parkeren)

  • Zorg ervoor dat de auto volledig tot stilstand is gekomen voordat stand P (parkeren) wordt ingeschakeld.

  • Om te schakelen van R (achteruit), N (neutraal) of D (rijden) naar P (parkeren), drukt u op de knop P.

  • Als u de auto uitschakelt in R (achteruit), N (neutraal) of D (rijden), schakelt de auto automatisch naar P (parkeren).

WAARSCHUWING
  • Schakel niet naar stand P (parkeren) als de auto nog rijdt. Dit kan leiden tot verlies van controle over het voertuig.

  • Nadat het voertuig volledig tot stilstand is gekomen, schakelt u over naar P (parkeren), trekt u de handrem aan en schakelt u het voertuig uit.

  • Gebruik de stand P (parkeren) niet in plaats van de handrem.

  • Met de auto in de stand DRIVE READY schakelt deze automatisch naar P (parkeren) als u het bestuurdersportier opent terwijl de auto in R (achteruit), N (neutraal) of D (rijden) staat en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • Het rem-/gaspedaal wordt niet ingetrapt.

    • De veiligheidsgordel is losgemaakt.

    • De rijsnelheid is lager dan 2 km/u (1 mph).

  • Wanneer de auto boven een bepaalde snelheid rijdt, schakelt het voertuig niet naar stand P (parkeren) wanneer op de knop P wordt gedrukt.

R (achteruit)

Draai de versnellingspook naar de stand R (achteruit) terwijl u het rempedaal intrapt om naar R (achteruit) te schakelen.

LET OP

Zorg ervoor dat de auto volledig tot stilstand is gekomen voordat u naar of vanuit R (achteruit) schakelt. Schakelen naar R (achteruit) terwijl de auto in beweging is, kan het elektrische systeem beschadigen.

Er geldt een uitzondering voor het 'lostrekken van het voertuig door heen en weer te schommelen'. (Zie Rijden onder speciale rijomstandigheden.)

N (neutraal)

  • Draai de versnellingspook iets omhoog of omlaag terwijl u het rempedaal intrapt om naar N (neutraal) te schakelen.

  • Trap altijd het rempedaal in wanneer u vanuit N (neutraal) naar een andere versnelling schakelt.

  • Als de bestuurder het voertuig probeert uit te schakelen in N (neutraal), zal het voertuig automatisch uitschakelen en naar P (parkeren) schakelen.

LET OP
  • Schakel altijd naar P (parkeren) en trek de handrem aan wanneer u de auto parkeert. Als het voertuig in de stand N (neutraal) blijft staan, kan het gaan bewegen en ernstige schade of letsel veroorzaken.

  • Bij voertuigen uitgerust met een elektronische handrem (EPB) en AUTO HOLD, wordt de EPB automatisch ingeschakeld wanneer het voertuig wordt uitgeschakeld. Nadat het voertuig is uitgeschakeld, kan de EPB niet worden ontgrendeld. Om dit te voorkomen, schakelt u AUTO HOLD uit voordat u het voertuig uitschakelt.

D (rijden)

  • Draai de versnellingspook naar de stand D (rijden) terwijl u het rempedaal intrapt om naar D (rijden) te schakelen.

  • Als de bestuurder probeert om de auto uit te schakelen in stand D (rijden), schakelt de auto uit en wordt de transmissie automatisch in stand P (parkeren) gezet.