DRIVE MODE

De rijmodus kan worden geselecteerd op basis van de voorkeur van de bestuurder of de wegomstandigheden.

Figuur 1. Type A
OOV045015
Figuur 2. Type B (GT-line)
OOV045028
Figuur 3. Type C (GT)
OOVGT045001
  • Druk op de DRIVE MODE-toets.

  • DRIVE MODE keert terug naar de NORMAL modus wanneer de motor opnieuw wordt gestart.

  • Afhankelijk van de regio schakelt het voertuig bij het opnieuw starten over naar de ECO of de NORMAL -modus.
  • Druk op de toets GT om naar de modus GT over te schakelen.

: voor GT

Modus

Kenmerken

ECO

Aandrijfmotorbediening om te voorkomen dat het elektrische verbruik verslechtert

NORMAL

Normale rijmodus, gebruikt voor het rijden op algemene wegen, stedelijke gebieden en snelwegen.

SPORT

Zorgt voor snel en dynamisch rijden met stuurwiel- en aandrijfmotorbediening

SNOW

Controleer de aandrijfkracht van de aangedreven wielen op gladde wegen, bijvoorbeeld bij sneeuw, om een ​​stabiele start mogelijk te maken en te voorkomen dat de banden gaan slippen.

MY DRIVE

Rijmodus selecteerbaar voor elke voorkeurscomponent binnen het themasysteem

GT*

Zorgt voor sportiever en stevig rijden voor maximale prestaties