Waarschuwing Handen van het stuur
OOV055153L
  1. Houd de handen op het stuurwiel

Als de bestuurder het stuur gedurende meerdere seconden loslaat, verschijnt de waarschuwingsmelding en weerklinkt er een waarschuwingssignaal met verschillende niveaus.

  • Eerste niveau: Waarschuwingsmelding

  • Tweede niveau: Waarschuwingsmelding (rood stuur) en waarschuwingssignaal

OOV055188L
  1. LFA (Lane Following Assist) geannuleerd

Indien de handen van de bestuurder nog steeds niet op het stuur zijn na de waarschuwing Handen van het stuur, verschijnt de waarschuwingsmelding en wordt Lane Following Assist (Hulp bij rijbaan volgen) automatisch geannuleerd.

Als de bestuurder niet reageert op de Hands-off niveau 2-waarschuwing terwijl Smart Cruise Control werkt, wordt de Noodstopfunctie geactiveerd. Voor meer informatie, zieSCC (Smart Cruise Control).

WAARSCHUWING
  • Mogelijk wordt er niet bijgestuurd als het stuur zeer stevig wordt vastgehouden of als het voorbij een bepaalde hoek gedraaid is.

  • Hulp bij rijbaan volgen werkt niet de hele tijd. Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder om veilig te sturen en de auto in zijn rijstrook te houden.

  • Afhankelijk van de wegomstandigheden kan de waarschuwingsmelding hands-off mogelijk te laat verschijnen. Houd uw handen altijd aan het stuur tijdens het rijden.

  • Als handschoenen worden gedragen of het stuurwiel heel licht wordt vastgehouden, kan het waarschuwingsteken voor hands-off verschijnen omdat Hulp bij rijbaan volgen mogelijk niet herkent dat de bestuurder zijn handen aan het stuur heeft.

  • Als u voorwerpen aan het stuur bevestigt, is het mogelijk dat de waarschuwing Handen van het stuur niet goed werkt.

  • Als Rijvakassistentie de systeemlimieten bereikt, knippert het controlelampje wit en klinkt er een waarschuwingssignaal voor de bestuurder.

    • Systeemlimieten: wanneer de bestuurder het stuurwiel loslaat en de auto van de rijstrook afwijkt terwijl Rijvakassistentie actief is.

  • Mogelijk werkt Rijvakassistentie niet of werkt het abnormaal bij het rijden in scherpe bochten.

OPMERKING
  • Wanneer beide rijstrookmarkeringen worden gedetecteerd, veranderen de rijstrooklijnen op het instrumentenpaneel van grijs naar wit.

    Figuur 1. Rijstrook niet gedetecteerd
    OOV055097
    Figuur 2. Rijstrook gedetecteerd
    OOV055096
  • De afbeeldingen en kleuren op het instrumentenpaneel kunnen afwijken afhankelijk van het type instrumentenpaneel of het thema gekozen in het instellingenmenu.

  • De rijstrooklijnen op het instrumentenpaneel kunnen afwijken van de werkelijke rijstrookmarkeringen.

  • Als er geen rijstrookmarkeringen worden gedetecteerd, kan het bijsturen door Hulp bij rijbaan volgen worden beperkt, afhankelijk van een eventuele voorligger of van de rijomstandigheden van het voertuig.

  • Hoewel Hulp bij rijbaan volgen bijstuurt, kan de bestuurder steeds zelf sturen.

  • Het stuurwiel kan wel zwaarder of lichter aanvoelen als Hulp bij rijbaan volgen bijstuurt dan wanneer dat niet het geval is.