Tijdens het rijden:

  • Controleer op trillingen in het stuur. Controleer of het sturen niet zwaarder of lichter gaat dan normaal en of de rechtuitstand niet is gewijzigd.

  • Controleer of de auto op een vlakke, rechte weg niet naar een kant trekt.

  • Controleer bij het remmen op vreemde geluiden, naar één kant trekken, een grotere slag van het rempedaal of een moeilijk in te trappen rempedaal.

  • Als er uitglijden of veranderingen in de werking van uw schakelapparatuur optreden, controleer dan het vloeistofniveau van de versnelling.

  • Controleer de werking van de handrem.

  • Controleer onder uw auto op lekkage (tijdens of na het gebruik van de airconditioning kan er een plasje water onder uw auto ontstaan, dit is een normaal verschijnsel en duidt niet op lekkage).