Ten minste twee keer per jaar (bijvoorbeeld ieder voorjaar en ieder najaar):

  • Controleer de radiateurslangen en de slangen van de verwarming en de airconditioning op lekkage en beschadigingen.

  • Controleer de werking van de ruitenwissers en -sproeiers. Reinig de ruitenwisserbladen met een schone, met ruitensproeiervloeistof doordrenkte doek.

  • Controleer de afstelling van de koplampen.

  • Controleer de werking van de driepuntsgordels en controleer op slijtage.